“Ik zie mezelf niet per se als ‘de bedenker’ van het idee achter het werk, maar leer eerder een kanaal te zijn waardoor het ‘werk’ stroomt. Mijn beoefening is gebaseerd op openheid — het creëren van een heldere en ontvankelijke ruimte, vrij van mijn eigen oordeel en afleiding, die wordt omarmd met compassie en onvoorwaardelijke liefde — zodat datgene wat ernaar verlangt tot uitdrukking te komen, werkelijkheid kan worden.”
“I don’t necessarily see myself as ‘the creator’ of the (idea behind the) work, but rather learn to be a vessel through which the ‘work’ passes. My practise is one of opening — allowing a clear and receptive space, free from my own judgment and distraction, which is held with compassion and unconditional love — so that what longs to be expressed can come into being.”
